Hoe belangrijk is de taalontwikkeling van mijn kind

Hoera, je bent zwanger, of misschien ben je al een ouder. Gefeliciteerd! Om je goed op het ouderschap voor te bereiden is het handig om al informatie te hebben over die dingen die op je pad zullen komen nu je de verantwoording hebben over een nieuw leven. Misschien heb je nu al vragen, maar hoogstwaarschijnlijk loop je gedurende de rest van de opvoeding van je kind tegen nog veel meer vragen op.

Als kleuterjuf, moeder en oma zie ik dat veel ouders dezelfde opvoedingsvragen hebben. Eén van deze vragen is: ‘Hoe belangrijk is de taalontwikkeling van mijn kind’. Deze vraag heb ik voorgelegd aan deskundigen en zo is dit uitgebreide blog ontstaan: ‘Hoe belangrijk is de taalontwikkeling van je kind’. Tijdens oudergesprekken kwamen veel dezelfde vragen aan bod. De volgende blogs zullen een vraagbaak worden over de volgende ontwikkelingsaspecten van je kind. Ze zullen je antwoorden geven op vragen rond de

  • zindelijkheidstraining
  • eetopvoeding
  • wie is de baas/ peuterpubertijd
  • slaapproblemen
  • de puber 

Maar nu eerst alle belangrijke informatie voor ouders en andere opvoeders omtrent de taalontwikkeling van je kind.

Inhoudsopgave

De eerste woordjes van je baby

Een pasgeboren baby gebruikt zijn stem om te huilen. Al snel zal je merken dat er verschillende manieren van huilen zijn: honger, pijn, paniek, eenzaam, niet in slaap kunnen komen,…

Vanaf 2 tot 3 maanden gaat je baby brabbelen. Hij gaat nu allerlei geluiden uitproberen. Ook zie je nu verschillende gezichtsuitdrukkingen. Nu zie je duidelijk de verschillende emoties bij je baby.

Na ongeveer 6 maanden gaat je baby klanken nabootsen en ontstaan de eerste woordjes: da, da tegen daag… broem, broem tegen auto… mauw tegen poes… boem tegen vallen…

Wanneer zegt een baby de eerste woordjes?

hoe belangrijk is de taalontwikkeling van je kind Moeder maakt contact met baby.

Rond zijn eerste verjaardag zegt je baby zijn eerste echte woordjes, maar ook dan moet je wel weten wat je baby bedoeld: ‘apen’ is ‘slapen’, ‘mee’ is ‘ik wil mee’, ‘mama?’ is ‘waar is mama?’ Meestal zal je baby nog moeite hebben met enkele medeklinkers. Soms laten ze deze weg, soms vervangen ze een klank door een andere klank: toet is koek. Door een woord vragend uit te spreken bedoeld je kindje een hele zin: Poes? is Waar is de poes?

Stimuleren van taalontwikkeling baby, dreumes, peuter en kleuter

Als kleuterjuf heb ik regelmatig gesprekken met ouders over de ontwikkeling van hun kind. Een belangrijk onderdeel van deze ontwikkeling is de taalontwikkeling. Als ik vertel hoe belangrijk deze ontwikkeling is voor het verdere leren, krijg ik hier veel vragen over. Omdat bijna alle ouders, de 35 jaar dat in nu kleuterjuf ben, nog steeds met dezelfde vragen komen heb ik besloten deze vragen te bundelen als boek, zodat iedere ouder hier makkelijk informatie in op kan zoeken. 

Waarom is juist de taalontwikkeling zo belangrijk?

Het leren praten is een grote stap in de ontwikkeling je kind. Je kind kan zich door middel van taal uitdrukken. Hij kan laten weten wat hij wil, hoe hij zich voelt. Hij kan contact maken met ouders, broertjes of zusjes, vrienden maken, samen spelen, samenwerken.

Een kind dat weinig woorden kent, zal ervaren dat hij anderen niet goed begrijpt, anderen zullen het kind ook niet goed kunnen begrijpen. Het kind zal zich terugtrekken. Soms merk je dat het kind niet graag meer naar school gaat. De kans dat het gepest gaat worden is groter, omdat hij niet mondig genoeg zal zijn om zich te verdedigen. Behalve de sociale- en emotionele ontwikkeling is de taalontwikkeling ontzettend belangrijk voor het  verdere leren. Zijn hele verdere leven zal gesproken en geschreven taal de meeste invloed op zijn ontwikkeling hebben. Denk aan het leren op de basisschool, maar ook op het voorgezet onderwijs en het beroepsonderwijs. 

Kinderen en ook volwassenen leren veelal door nieuw geleerde woorden te rubriceren. Dat doen we ongemerkt, maar op deze manier kunnen we beter onthouden. Bijvoorbeeld het nieuwe woord dat je kind leert is: de kiwi. Je legt uit dat een kiwi net als een appel, peer en banaan fruit is. Nu heeft je kind het woord kiwi (en daarbij de voorstelling van een kiwi) opgeslagen in zijn geheugen bij de verzameling fruit. Als er weer over een kiwi gesproken wordt is het voor je kind makkelijk om het woord en de voorstelling op te roepen.

Maar wat als je kind het woord fruit nog niet kent of zelf appel, peer en banaan niet? Je begrijpt dat het nu veel moeilijker wordt om het nieuwe woord te onthouden. Dit is maar een van de manieren waarop we leren, maar met dit voorbeeld begrijp je hoe belangrijk dat het is, dat je kind een goede taalontwikkeling heeft. 

Laten we beginnen met de meest voorkomende vraag:

Heeft mijn kind een achterstand wat betreft de taalontwikkeling?

Een dreumes van 2 ½ jaar kent al zoveel woorden dat iemand die hem goed kent, hem goed kan begrijpen. Een peuter van 3 jaar gebruikt ongeveer 1000 woorden, maar begrijpt er gemiddeld 1250. Een kleuter van 5 jaar kent gemiddeld 3500 woorden en gebruikt er 3000. Een kind herkent dan ook alle klanken uit de moedertaal, maar het kan zijn, dat hij ze zelf nog niet goed kan uitspreken.

Het is moeilijk voor ouders om te checken of de taalontwikkeling van je kind  zwak, voldoende, gemiddeld of goed is. Wat het extra moeilijk maakt is, dat jonge kinderen zich met sprongen kunnen ontwikkelen. Sommige kinderen hebben een geleidelijke ontwikkeling,  je merkt als ouder dat hij iedere week weer iets meer kan en weet. Andere kinderen hebben een soort stuwmeer-ontwikkeling. Ze zien en begrijpen meer dan ze laten zien. Dit zijn de kinderen, die bijvoorbeeld pas laat beginnen te praten, maar dan wel ineens met veel en goede woorden spreken.

Als je twijfelt en duidelijkheid over de taalontwikkeling van je kind wil, praat dan met de begeleidster van de BSO, de peutergroep of met de leerkracht van je kleuter. Zij weten wat de normen zijn en kunnen je kind vergelijken met leeftijdsgenootjes. Ook is het goed om de logopediste naar je kind te laten luisteren. Het is belangrijk om eventuele achterstanden snel aan te pakken, want hoe jonger het kind, des te sneller zal hij de achterstanden inhalen.

Wat is babytaal?

Een ouder zal zijn baby snel begrijpen ook al kan deze baby nog geen woordjes zeggen. Door veel tijd met je kindje door te brengen en hem goed te observeren kan je al snel de verschillende manieren van huilen herkennen. Later als je baby gaat brabbelen zal je zijn emoties hieruit kunnen opmerken.

Ook is het voor een vreemde vaak onmogelijk om een kind van 1 of 2 jaar te verstaan, terwijl een ouder dan precies weet wat zijn kind bedoeld. Dit wordt dan ook babytaal genoemd.

Het komt ook wel voor dat een kind van 3 of 4 jaar nog een peuterachtige manier van praten heeft: 1 of 2 woordzinnen: ‘Huis toe’, of zichzelf bij de naam noemen: ‘Hans eten’. Ook dan wordt er wel van een ‘babytaal’ gesproken.

Wat moet een baby, dreumes, peuter, of kleuter kunnen wat betreft taal? 

Om te weten of je kind inderdaad een achterstand heeft, moet je weten wat een baby, dreumes, peuter en kleuter ongeveer moeten kunnen. Let op, want ook dit zijn gemiddelden en een gemiddeld kind bestaat niet. Ieder kind is uniek en heeft zijn eigen ontwikkeling!  Wist je dat je ongeboren kind al stemmen en geluiden kan horen?

Je ongeboren kind kan:

Vanaf 5 maanden kan je ongeboren kind in je buik al geluiden en stemmen horen. Dit is dat ook de start van taal- leerproces. Want dit taal-leerproces begint met luisteren. De stemmen in de omgeving van je ongeboren kind zullen ongeveer klinken als neuriën voor de baby in je buik. Nu raakt je ongeboren kindje al bekend met het ritme en de melodie van de moedertaal. Elke taal heeft namelijk zijn eigen specifieke ritme. Denk aan bijvoorbeeld Chinees en Zweeds. Hoe verschillend zijn het ritme en de klank van deze 2 talen! Het is bewezen dat baby’s van een half jaar hun aandacht beter kunnen richten op mensen die hun moedertaal spreken.

Je baby van 1 jaar kan:

  • brabbelen op een manier dat het beetje op praten lijkt.
  • 1 tot 10 woordjes. Deze woorden betekenen vaak een hele zin. Met de lichaamstaal erbij begrijpen we wat je kind bedoelt. ‘Mama’, en steekt zijn armpjes in de lucht. Dit betekent: ‘mama til me op.’
  • reageren op zijn naam
  • reageren op een simpele opdracht: ‘Pak het boekje’.

Je dreumes van 2 jaar kan: 

  • van losse woordjes zinnen maken van 2 woorden: papa auto, Sem koekje
  • ongeveer 100 woorden zeggen, maar zijn uitspraak hoeft nog niet goed te zijn: toetie is koekje, sape is slapen.
  • meer woorden begrijpen, zodat er al kleine gesprekjes gevoerd kunnen worden
  • met zijn woordkennis, gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal je al heel veel vertellen

Je peuter van 3 jaar kan: 

  • geluiden herkennen
  • in zinnen spreken van 3 of meer woorden
  • vragen stellen: waarom is dat, wat is dat, wie is dat?
  • lidwoorden gebruiken: de auto, het hondje
  • voorzetsels gebruiken: op de bank, in de doos
  • woorden  gebruiken als morgen en gisteren
  • zichzelf niet meer aanduiden met zijn eigen naam, maar met -ik- Hans wil mee wordt dan: ‘Ik wil mee!’
  • gevoelens benoemen: ik ben bang, ik durf niet
  • gesprekjes voeren 

Je kleuter van 4 jaar kan:

  • in lange zinnen praten
  • verhaaltjes na vertellen
  • minimaal 10 minuten luisteren
  • voor negentig procent begrijpelijk praten
  • de bekende ‘waarom’ vragen stellen
  • voegwoorden gebruiken: maar, want, omdat…
  • voorzetsels zoals; voor, achter, onder, in gebruiken
  • de woorden: jij, jullie, ze gebruiken
  • de woorden mij en jou gebruiken in plaats van eigennamen
  • vier getallen in de gegeven volgorde onthouden, bijvoorbeeld: 8,4,6,5.
  • het heden en verleden beginnen te begrijpen
  • wie, wat, waar vragen, aanwijsvragen, keuzevragen, luistervragen en voorspel vragen begrijpen.
  • letters symbolen zoals de ‘P’ van parkeren herkennen, of de eerste letter van zijn naam.
  • krabbelen en de eigen naam naschrijven
  • nog fouten maken met onregelmatige vervoegingen, bijvoorbeeld: ‘ik loopte’
  • een passieve woordenschat van 4000 en een actieve woordenschat van 2000 tot 3000 woorden hebben.

Grafiek taalontwikkeling per leeftijd

LeeftijdNiveau taalontwikkeling
Vanaf geboorteHuilt op verschillende manieren. Ouders leren deze huiltjes te begrijpen. Reageert op geluid en vooral op de menselijke stem.
Vanaf 1 maandMaakt andere geluiden, door met zijn mond en keel te experimenteren, gorgelen e.d.
Vanaf 2 a 3 maandenEr worden meer verschillende geluiden gemaakt nu ook bewust.
Vanaf 4 tot 6 maandenDe baby lacht naar mensen en gaat brabbelen. Dit lijkt op dada, baba, ohoh. Deze geluiden krijgen al intonaties van de moedertaal.
Vanaf 12 maandenHet eerste woordje wordt gezegd. Later volgen meer woorden. De zinnen bestaan nog uit 1 woord. De woorden zijn vaak nog niet goed uitgesproken doordat het kind alle klanken nog niet goed kan maken.: kok is klok
Vanaf 18 maandenWoorden worden gecombineerd tot 2 woord-zinnen. De baby gebruikt ook eigen woorden, zoals woef tegen hond.
Van 2 tot 3 jaarKinderen gaan langere zinnen maken. Hierin zit vaak al een werkwoord. Hans niet slapen! Kinderen kunnen vaak nog niet alle klanken goed uitspreken: sool is school.
Vanaf 3 jaarKinderen kunnen eenvoudige vragen beantwoorden. De mondmotoriek verbetert, waardoor een kind beter te verstaan is.
Vanaf 4 jaarKinderen maken complexe zinnen met voegwoorden en voorzetsels. Verbuigingen van werkwoorden zijn nog lastig. Loopte i.p.v. liep.
Vanaf 5 jaarKinderen praten niet kinderlijk meer, maar kunnen alle klanken maken. Wel blijven verbuigingen van werkwoorden lastig.
Vanaf 6 jaarKinderen leren de grammaticale regels en ze leren lezen en schrijven.

Kind van 3 jaar praat nog niet

Hoe belangrijk is de taalontwikkeling van je kind.
kleuter knuffelt konijn.

Wanneer moet je je zorgen gaan maken als je kind laat met praten is?

Je moet weten dat de taalontwikkeling een heel belangrijk aspect is van de algehele ontwikkeling van je kind. Neem stappen om uit te sluiten dat is er is waarom je kind nog niet praat. Ga het het consultatiebureau of de huisarts. Deze zal een gehoortest laten doen, zodat je zeker weet of je kind wel goed kan horen. Ook zal je kind tijdens het spelen geobserveerd kunnen worden. Zo kan bekeken worden of hij al wel veel woorden begrijpt, maar ze nog niet zelf spreek, passieve taal.

Sommige kinderen zijn erg verlegen en durven niet goed tegen ‘vreemden’ te praten. Bij deze kinderen duurt het iets langer, voordat ze zich zo veilig voelen dat ze wel gaan praten.

Soms komt het voor dat een kind selectief mutisme heeft. Dit is een ontwikkelingsstoornis waarbij een kind in sommige situaties niet ‘kan’ praten, terwijl hij dat in andere situaties, bijvoorbeeld thuis wel goed kan.

Wanneer heeft mijn kind een taalachterstand

Wanneer heeft je kind nu een zodanige achterstand dat het beslist noodzakelijk is de hulp van een specialist in te roepen.

  • Als een kind van 1, 5 jaar nog geen 1 woord heeft gezegd en ook geen moeite doet om naar iets te wijzen en iets duidelijk te willen maken.
  • Als een kind van 1,5 jaar niet reageert als ouders een korte zin van 3 woorden zeggen. Bijvoorbeeld: waar is de bal, of daar komt papa!
  • Een dreumes van 2 jaar uit zichzelf bijna niets zegt en alleen maar herhaald wat een ander zegt.
  • Als een peuter van 2 jaar zodanig praat dat ouders niet kunnen begrijpen wat hij zegt.
  • Een kind van 3 jaar nog erg eenvoudige taal gebruikt. Bijvoorbeeld geen meervouden gebruikt
  • Indien een kind van 4 jaar medeklinkers incorrect uitspreekt, nasale geluiden maakt of geen werkwoorden vervoegt tijdens het spreken.

Wat kan ik als ouder doen om de taalontwikkeling van mijn kind te verbeteren?

Het taal-leerproces begint met luisteren

Het lijkt een open deur: Om taal te leren, moet een kind goed kunnen horen. We begrijpen dit allemaal! Toch gebeurd het vaak dat ouders zelf niet in de gaten hebben dat het gehoor van hun kind ( tijdelijk) niet goed is.

Ouders zijn dagelijks met hun kind en zijn gedrag bezig zijn en zien daarom alles misschien niet meer objectief. Is je kind vaak verkouden, of heeft het wel eens een oorpijn? Heeft hij vaak zijn mond open tijdens het slapen, tijdens het spel of tv kijken? Reageert hij pas als je hem even aanraakt of als je het een 2de keer zegt? Deze voorbeelden kunnen erop wijzen dat je kind (tijdelijk) wat minder goed hoort. Je kind mist dan een belangrijke periode de aangeboden taal. Twijfel je hierover, ga dan naar de huisarts.

Als blijkt dat er lichamelijk niets met je kind aan de hand is, maar je merkt toch dat je kind niet reageert en alert is als er tegen hem gesproken wordt, kan het zijn dat hij gewend is aan constante afleiding van bv. televisie of radio. Op deze manier leert je kind niet om zich te richten op het geluid, of de stem die hij hoort. Zo is het voor je kind moeilijk om datgene wat tegen hem gezegd wordt uit al het achtergrondgeluid te filteren en hierop te reageren. Geef als ouder het goede voorbeeld door met al je aandacht te luisteren.

Echt luisteren en gesprekken voeren kan alleen met 100% aandacht! Dus niet bij de televisie of met de smartphone binnen handbereik.

Je kan zelf een eenvoudig testje te doen, voordat je naar de huisarts gaat: Ga  2 meter achter je kind staan en fluister: ‘Wil je een snoepje?’ Doe dit ook schuin- rechts en schuin- links achter je kind. Fluister dan bijvoorbeeld: ‘Zullen we naar oma gaan?’ of ‘Zullen we koekjes gaan bakken?’

Spelletjes om het luisteren te oefenen:

  • Geluidenspel: Laat horen hoe het tikken van een lepel op de tafel klinkt, laat ook horen hoe het tikken van een potlood op de tafel klinkt. Doe een blinddoek ( theedoek) om bij je kind en laat 1 van de geluiden horen. Hoort het kind het potlood of de lepel? Je kan het moeilijker maken, door samen nog andere dingen te zoeken, die geluid kunnen maken: houten pollepel, garde, roeren in een kopje, vallen van een munt,…
  • Geluiden-spel-op-volgorde: Nu laat je eerst het geluid van de lepel op tafel horen en daarna meteen het geluid van het potlood. Wat hoorde je eerst, wat daarna. Dit kan je uitbreiden naar 3 en 4 geluiden achter elkaar.
  • Dierengeluiden-spel: Je spreekt met je kind af welk dier je bent, bijvoorbeeld een hond. Je kind moet een blinddoek voor en jij loopt zachtjes naar een hoek van de kamer. Daar blaf je 3 keer. Je kind wijst nu naar de richting waar het geblaf vandaan komt. Je kan dit spel oneindig herhalen met telkens verschillende dierengeluiden.
  • Geluiden- in-huis-spel: Neem bv op je telefoon geluiden op in huis. De wekker, de radio, de printer, de blaffende hond, het omslaan  van de krant, de lopende kraan, de douche, de stortbak van de w.c.  Laat deze geluiden horen,  zoek ze samen op en bespreek ze. Misschien weten jullie samen er nog meer te vinden.
  • Luister-naar-de-stilte-spel: Spreek af dat jullie samen gaan luisteren naar de stilte. Ga nu samen aan tafel of op de bank zitten met de ogen dicht. Houd dit 1 minuut vol en bespreek dan wat jullie toch gehoord hebben. Een auto, die langsrijdt, of de hond van de buren, een vogeltje buiten, ademhalen….
  • Wat-valt-er-spel: Zoek spulletjes bij elkaar die je kan laten vallen: tennisbal, blokje, rolletje plakband, lepel, dikke stift, pen,… Laat bijvoorbeeld de pen en het gum na elkaar vallen en luister samen met je kind hoe het klinkt. Doe dan een blinddoek om bij je kind en laat 1 van beide vallen. Welke was dat? Nu met het blokje erbij. Eerst weer laten horen hoe het klinkt en dan 1 laten vallen, terwijl je kind de blinddoek voor heeft. Ook dit kan je uitbreiden naar 4 of meer dingen.
  • Wat-valt-er spel op volgorde: Laat 2 dingen na elkaar vallen en vraag: ‘Wat viel er eerst en wat viel er daarna?’. Dit kan je dan ook weer uitbreiden met 3 dingen en meer. Laat de voorwerpen in de goede volgorde leggen.
  • Reactie-spel: Spreek een woord af waarop je kind reageert. Kies bijvoorbeeld eerst als reageer-woord zijn of haar naam. Spreek een reactie af, bijvoorbeeld Ga staan als je jouw naam hoort. We nemen voor het gemak maar even aan dat je kind -Jan- heet. Noem nu een rijtje namen: Judith, Klaas, Willem, Dirk, Jan, Hans, Kees, Jan, Julia, Janneke, Bart…. Je kind gaat dan staan (en weer zitten) bij zijn naam. Dit wordt moeilijker bij  namen van voorwerpen. Spreek af dat je kind de vinger opsteekt ( en weer naar beneden doet) als hij het woord -deur- hoort. Raam, huis, deur, kast, stoel, deur, tafel, pan. muur, dak, deur,…. Het kan ook met speelgoed, het reageerwoord is nu – bal- . Pop, bal, lego, auto, bal, hoepel, spel, puzzel, bal, knuffel, bal,….. Dit kan ook met voertuigen, dieren, enzovoort. Een spel dat lang leuk blijft en een goede concentratie vraagt.

Wat kan ik zelf doen om mijn kind meer woorden te leren?

Ook nu alweer een open deur: Geef je kind aandacht! Ik bedoel ook 100% aandacht op die momenten dat je hem aandacht wil geven. Want kinderen moeten ook leren dat ze zichzelf kunnen vermaken en niet altijd mama of papa nodig hebben. Maar als je luistert en praat met je kind, moet je er ook met alle aandacht bij zijn. Dus laat die smartphone een tijdje voor wat die is en laat je niet afleiden, Zo laat je ook aan je kind zien, dat hij belangrijk is en geef je het goede voorbeeld wat betreft concentratie en aandacht.

  • Kies een onderwerp waar je kind interesse voor heeft. Dat kan bijvoorbeeld: auto’s zijn, maar ook Frozen en dergelijke. Zo houdt je kind plezier in het leren communiceren.
  • Lees een prentenboek vaker voor. Woorden die nog wat moeilijk zijn kan je al vertellend uitleggen. Bijvoorbeeld: Beer maakt een vreugdesprongetje op het gras. Dit lees je eerst zoals het staat, daarna vertel je: Beer is zo blij, dat hij hoog in de lucht springt, een vreugdesprong! Zo zullen er waarschijnlijk nog wat woorden in het boek staan. Nu is het bewezen dat je ieder nieuw woord te minste 7x moet gebruiken die dag. Dus als je kind later op de dag blij is, kan je zeggen: Je bent zo blij, maak eens een vreugdesprong! Kijk onze hond eens, hij maakt allemaal vreugdesprongen, omdat hij mee mag…..
  • Als je een prentenboek een paar keer voorgelezen hebt, is het de beurt van je kind. Laat hem met behulp van de plaatjes het verhaal vertellen. Verbeter hem niet, het verhaal mag best anders zijn. Ook als hij om hulp vraagt laat je weten dat hij het zelf mag weten en dat alles goed is. Zo stimuleer je ook zijn creativiteit.
  • Laat je kind meehelpen met je taken thuis. Op deze manier leert hij veel begrippen al doende. Bijvoorbeeld bij het eten koken. Jij schilt de aardappels en je kind mag ze in de pan gooien. Wat komen er veel begrippen aan bod: In de pan, naast de pan, spetters, nat, grote en kleine aardappel. Van klein, iets groter,  naar allergrootst. Tellen: 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10…. Meer, minder en veel, weinig. Tijdens andere activiteiten komen natuurlijk weer andere begrippen aan bod. Naar boven gaan, naar beneden gaan. Traptreden tellen: eerste, tweede, derde, vierde,……laatste, een na laatste.
  • Buitenspelen. Natuurlijk hoef je niet altijd met je kind te spelen of het bezig te houden. Het is ook nodig dat hij zichzelf vermaakt en zelfs zich vervelen is niet verkeerd. Door het buitenspelen ervaart je kind met zijn hele lichaam aspecten waar ook woorden voor zijn: evenwicht, gevaar, zwaar/licht, splinter, samenwerken, de leiding hebben, koud/ warm,…. Als hij deze begrippen later als woord tegenkomt, zal hij ze makkelijk begrijpen, omdat hij ze al ervaren heeft met zijn hele lichaam.
  • Een kind dat een echt roodborstje gezien heeft, dat tussen de bladeren naar insecten aan het zoeken was, zal dit veel beter onthouden, omdat nu het woord ‘roodborstje’ een diepere betekenis heeft gekregen. Je begrijpt dat dit beter onthouden wordt dan een plaatje van een roodborstje in een boekje. 
  • Jonge kinderen leren taal door zoveel mogelijk zintuigen te gebruiken. Ik hoor vaak ouders tegen hun kinderen zeggen: ’Alleen met je ogen kijken, nergens aankomen!’ Kinderen zijn nieuwsgierig, willen met al hun zintuigen nieuwe dingen leren. Een feit is dat kinderen beter onthouden als ze een voorwerp zien en voelen en soms is het zelfs mogelijk om ook iets te ruiken, te horen en te proeven. Zo leert een kind wat regen is, als hij de regen door het raam ziet, de regen op zijn lichaam voelt, de regen op zijn paraplu hoort tikken, het natgeregende gras ruikt en misschien zelfs een regendruppel kan proeven.
  • Praat in korte zinnen en herhaal de ‘moeilijke’ woorden, zonder dat het te kinderachtig wordt. Bijvoorbeeld: ‘De tractor rijdt naar de boerderij, kijk eens wat een grote tractor! De wielen van de tractor rijden door de modder’. 
  • Als een baby op de grond ligt en hij ziet een bal, dan zeg je: ‘bal’. ‘Ja kijk maar, een bal!’ Enkele seconden later rol je de bal naar hem toe en zeg je weer :’Bal, kijk daar komt de bal aan.’ Na weer enkele secondes geef je de bal in zijn handjes en zeg je: ‘Bal, dat is een mooie bal!’

Hoe moet ik met mijn kind praten?

Je kind leert taal in de meeste gevallen in de eerste plaats van de ouders. Ouders zijn in alles een voorbeeld voor de kinderen en dus ook wat betreft de taal. Het is dus super belangrijk om al vanaf het begin, dus vanaf de geboorte van je kind, veel contact te maken met je kindje. Vanaf 20 weken begint bij je ongeboren kind het gehoor zich te ontwikkelen. Dus zal je kindje in je buik je hartslag horen, je stem gaan herkennen, je kunnen horen zingen en ook de muziek horen, waar jij naar luistert.

Baby: 

  • Maak oogcontact
  • Knuffel veel
  • Luister naar zijn gebrabbel
  • Kijk naar zijn lichaamstaal
  • Reageer met gezichtsuitdrukkingen
  • Reageer op zijn gebrabbel door dezelfde, of soms juist andere, geluiden terug te zeggen
  • Praat met hem, ook al denk je dat hij nog niet kan reageren.
  • Praat langzaam en herhaal veel
  • Wijs het voorwerp aan dat je benoemt.
  • Praat op verschillende toonhoogtes
  • Trek gekke bekken om zijn aandacht vast te houden
  • Lach veel naar je baby tijdens de spelletjes, zo laat je zien dat communiceren leuk is.
  • Kijk samen babyboekjes
  • Zing kinderliedjes en – versjes
  • Als je baby een fopspeen heeft, gebruik deze alleen voor het slapen gaan en crisismomenten.

Dreumes:

  • Alle bovenstaande punten
  • Betrek hem bij het dagelijkse leven
  • Luister naar je kind.
  • Geef hem de tijd om te antwoorden en te vertellen. Kleine kinderen reageren soms niet zo snel. Wacht enkele tellen voordat je verder praat.
  • Probeer te verwoorden wat je kind probeert te vertellen
  • Vertel wat je doet, vertel wat hij doet
  • Benoem wat hij ziet
  • Herhaal veel
  • Lees vaak prentenboekjes
  • Zing samen eenvoudige kinderliedjes, herhaal ze vaak
  • Zeg eenvoudige versje op. Bewegingen kunnen dit stimuleren.
  • Wen je dreumes het speentje af, want door een te lang gebruik van een speen kan de mond vervormen, waardoor hij later spraakproblemen kan krijgen. Als je kind de fopspeen vaak in de mond heeft, zal hij minder snel gaan brabbelen en praten.
  • Benoem de gevoelens van je kind. Zo leert hij de gevoelens van zichzelf en van anderen te herkennen. Zeg bijvoorbeeld: ‘Je vindt het niet leuk dat mama nu weg moet, daarom ben je nu verdrietig.’

Peuter:

  • Alle bovenstaande punten
  • Laat je kind meehelpen bij je dagelijkse activiteiten en benoem waar jullie mee bezig zijn.
  • Speel op bepaalde momenten samen met je kind en benoem tijdens dit spel jullie bezigheden.
  • Biedt hem ‘rijk’ speelgoed aan, waar hij zijn fantasie en creativiteit bij kan gebruiken.
  • Geef hem de mogelijkheid om een rol te spelen d.m.v. verkleedkleren of iets dergelijks.
  • Laat hem met andere kinderen spelen.
  • Verwoord zijn emoties.
  • Vertel wat jullie doen en wat jullie zien.
  • Let op zijn ontwikkeling, bij zorgen en twijfels deskundige hulp vragen
  • Leer de kleuren aan door ze in de natuurlijke situatie te benoemen: Zie je die rode auto daar? Vind je rood een mooie kleur? Welke auto is ook rood?
  • Leer nieuwe woorden aan door het te benoemen, het voorwerp te laten zien en voelen, hierover te praten en het woord regelmatig te herhalen. Bijvoorbeeld: ‘We eten een lekkere peer. Wat is de peer lekker sappig. Het sap loopt langs je kin.’

Kleuter:

  • Alle bovenstaande punten
  • Probeer zelf rustig te praten en je kind niet in de rede te vallen.
  • Ook eventuele broertjes en zusjes moeten elkaar niet in de rede vallen, of het verhaal van een ander af willen maken.
  • Als je kleuter hakkelt over woorden is dat niet erg, geef hem te tijd om te vertellen.
  • Als je kleuter geen antwoord weet op je vraag, maak het dan makkelijker voor hem door van de open vraag een gesloten vraag te maken. Open vraag: ‘Wat heb je gedaan op school?’ Gesloten vraag: ‘Heeft de juf een boek voorgelezen?’ 
  • Kleuters mogen beslist nog foutjes maken met meervoud en werkwoordsvormen.
  • Leer hem de zinsbouw en dergelijke door het goed voor te doen, niet door verbeteren.
  • Laat hem ‘de wereld’ verder ontdekken, buiten spelen, bij vriendjes spelen, uit logeren gaan, uitstapjes maken….Zo doet hij andere ervaringen op, die hij zal leren te verwoorden.
  • Ook kleuters leren het beste als ze betrokken zijn bij hetgeen je ze wilt leren. Dus zorg eerst dat ze belangstelling voor iets hebben, voordat je iets wil gaan leren.
  • Sommige begrippen leert je kind het beste door ze te vergelijken met  een ander begrip: groot-klein, schoon-smerig, lang-kort, dik-dun, boos-blij. Het is begrijpelijk dat je kind dan ook groot-klein ( bijvoorbeeld pannen) in het echt moet zien en voelen.
  • Help ze met het leren luisteren naar klanken door samen te rijmen. Poes, does, goes, toes, loes….
  • Help ze met het leren ‘schrijven’ van hun naam.
  • Help ze met leren luisteren naar klanken door de beginklank van een woord’ lang’ uit te spreken: mmmmmmama, of mmmmmmm ama, sssssok, of ssss ok.
  • Lees veel voor, herhaal de boekjes en verhaaltjes en laat daarna kind het verhaal vertellen.

Taalspelletjes:

Taalspelletjes zullen de taalontwikkeling van je kind stimuleren. Het belangrijkste is, dat je kind en jij het leuk vinden om te doen. Wat we leuk vinden doen we graag en vaak. Maar het grootste voordeel is dat je kind geconcentreerd en enthousiast zal zijn en op deze manier veel van deze spelletjes zal leren.

Taalspelletjes voor je baby:

  • Liedjes zingen voor je baby. Dit kan zelfs al tijdens de zwangerschap. Je baby leert zo je stem te herkennen.

( wijs: Kortjakje)

Olifantje in het bos

Laat je mama toch niet los

Anders raak je de weg nog kwijt

en dat heb je heel veel spijt

Olifantje in het bos

Laat je mama toch niet los

  • Versjes met gebaren opzeggen. Je baby zal op deze manier beter zijn aandacht op je kunnen richten.

( tijdens de woorden spinnetje maak je kriebel bewegingen met je vingers in de lucht, bij de lichaamsdelen kriebel je op de kin, het been, de teen en de rug van je baby).

Een spinnetje, lief spinnetje,

dat kriebelt aan je kinnetje

Dat spinnetje, lief spinnetje

dat kriebelt aan je been

Dat spinnetje, lief spinnetje

dat kriebelt aan je teen

Dat spinnetje, lief spinnetje

kriebelt even op je rug

Dat spinnetje lief spinnetje

loopt snel naar huis terug.

  • Kiekeboe spelen

Als je de aandacht van je baby hebt, doe je een theedoek doek over je hoofd. Na 2 seconden trek je deze van je hoofd en zegt lachend Kiekeboe! Je baby zal de herhalingen leuk vinden. Op deze manier leert hij zich ook te concentreren. Na een tijdje zal je baby misschien zelf proberen de doek van je hoofd te trekken.

Een volgende stap is: de doek bij je kindje op het hoofd te leggen en kiekeboe te spelen. Weer een stapje verder is: een bal onder de doek te leggen. Je laat de bal zien, legt de doek erover en dan vraag je: ‘Waar is de bal?’ Geef je kindje de tijd, maar als hij zijn aandacht verliest haal je zelf de doek weg en zegt: ‘Daar is de bal!’ Nu herhaal je dit weer en weer, totdat je merkt dat na ongeveer 5 minuten de aandacht zal verslappen. De volgende keer kan je dit met bijvoorbeeld een blok, of een auto doen. Door steeds de zin: Waar is de…., Ja daar is de ….. te herhalen zal je baby al woordjes leren, zonder dat hij ze zelf al kan uitspreken. Dat is de passieve woordenschat.

  • prentenboekje lezen. Kinderen van deze leeftijd zullen de flap-boekjes al leuk vinden. Het zal iedere keer en verassing zijn, als de afbeelding achter het flapje te voorschijn komt.

Taalspelletjes voor je dreumes en peuter

  • Een speelgoedje verstoppen en hierbij vertellen wat je doet.” Doe je handen voor je ogen. Ik verstop de bal. 1,2,3 waar is de bal? Ja goed zo in de doos!”
  • Twee of drie speelgoedjes onder een doek leggen. Je kind doet zijn ogen dicht. Jij pakt er 1 weg en houdt dit achter je rug. Ogen open. “Wat is er weg?” Ook nu moet je je handelingen weer verwoorden.
  • Zelf verstoppen in de kamer en ook je kind laten verstoppen. Je zal zien dat je kind vaak op dezelfde plek gaat zitten waar jij verstopt was. “Goed zo, je hebt me gevonden. Ik stond achter het gordijn!
  • Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is…. Voor je dreumes houd je het makkelijk door voorwerpen te benoemen, bijvoorbeeld en het is…. de lamp
  • Doen alsof spelletjes. Kinderen van deze leeftijd beginnen vaak een rol te spelen: vadertje en moedertje, bakker of winkeltje. Als je meespeelt kan je spelenderwijs je handelingen benoemen: ‘Ik pak even mijn portemonnee, ik pak mijn pinpas, waar staat het pinapparaat?’ Op deze manier zijn de woorden die je gebruikt duidelijk te begrijpen voor je kind. Je kan ook benoemen wat hij doet ‘Wat maak je lekker eten. Ik zie komkommer en knoflook.’
  • Prentenboekjes samen kijken en lezen
  • Samen kinderliedjes zingen
  • tv eerder uitzetten en samen foto’s kijken. Vooral foto’s waar hij zelf op staat zijn leuk. Zo komen de gesprekjes vanzelf.

Taalspelletjes voor je kleuter

  • Samen een verhaaltje verzinnen. Je kleuter mag steeds kiezen uit 2 situaties. Gaat het verhaal over een kind of over een dier? Antwoord: ‘Kind’ Gaat het verhaal over een jongen of een meisje?  Antwoord: ‘Jongen’. Is de jongen binnen of buiten? Antwoord: buiten. Is de jongen in het bos of op de boerderij? enzovoort….
  • Kleuterliedjes zingen
  • Versjes opzeggen of voorlezen, zo ervaart je kind de rijm achter iedere zin.

Naar bed, naar bed, zei duimelot,

Eerst nog wat eten zei likkepot 

Waar moet ik het halen zei lange lijs,

Uit oma’s kastje zei ringeling,

Dat zal ik verklappen zei het kleine ding.

  • Samen leuke rijmpjes bedenken: Ik zag een beer met een ……veer. Ik zag een kat op de ….mat. Deze rijmpjes kunnen ook gemaakt worden met onzin woorden. Ik zag een leeuw met een leuke … peeuw.
  • Samen tekenen en om de beurt een opdracht geven. Jij: ‘We tekenen een boom’. Kind: ‘We tekenen een huis’. Nu kan je vragen ‘Waar moet dat huis?’ Zo komen verschillende begrippen aan bod.
  • Meespelen met een rollenspel. Bijvoorbeeld: ‘restaurantje’. ‘Mag ik een pizza en een glaasje sap?’  ‘ Ik heb geen bestek’. ‘Mag ik de menukaart zien?
  • Meespelen met de duplo of de lego. Gebruik bewust tijdens dit spel woorden die nieuw zijn voor je kind, of waarvan je weet dat hij deze waarschijnlijk niet vaak hoort. ‘Kijk hoe hoog deze helikopter vliegt. De propellers draaien heel snel’.
  • Kinderen krijgen in deze periode belangstelling voor het schrijven. Je kan samen een boodschappenlijstje maken, opa en oma een briefje sturen.
  • Samen in een tijdschrift de eerste letter van de naam van je kind zoeken. Hoeveel kunnen jullie er vinden? 
  • Ik zie ik zie en het begint met een -k- ( spreek deze klank uit zoals dit in een woord klinkt dus geen ka, maar k. Dit kan een klok zijn, maar ook de kiwi op de fruitschaal.
  • Voorlezen en samen een prentenboek lezen.
  • Natuurlijk kan je de taal spelletjes voor peuters ook gebruiken. Veel spelletjes kun je eenvoudig wat moeilijker gemaakt worden.

Taalspelletjes voor je groep 3 kind 

  • Iemand in gedachte nemen. 1 Persoon houdt iemand in gedachte, bijvoorbeeld: Sinterklaas. Nu mogen de anderen om de beurt een vraag stellen om erachter te komen wie het is. Is het een man? antwoord: Ja Is hij jonger dan 10 jaar? antwoord: nee. Is hij al oud? enzovoort.
  • Dit spel kan ook met dingen: Iets in gedachte nemen.
  • Samen een brief versturen
  • Samen een verhaal bedenken, schrijven en illustraties erbij tekenen.
  • Geen ja en geen nee. Iemand is de interviewer en stelt vragen aan de ander. Deze mag de vraag niet beantwoorden met ja of nee. Als dat toch per ongeluk gebeurd, is hij af en is de volgende de interviewer.
  • Om de beurt een stukje van een zin opschrijven. Dit geeft veel hilariteit. Je hebt een papiertje nodig en een potlood of pen. De eerste schrijft zonder dat de anderen het begin van de zin op het briefje, bijvoorbeeld: de hond. Dan vouw je het bovenste gedeelte van het briefje om en de volgende schrijft het werkwoord: slaapt. Niemand weet wat er staat, het briefje wordt verder omgevouwen, nu schrijft de volgende het voorzetsel, bijvoorbeeld: in. Als laatste schrijft de volgende een ding op, bijvoorbeeld: de soeppan. Wie nu aan de beurt is mag het verhaaltje voorlezen: De hond- slaapt-in – de soeppan.
  • Knutselboeken zijn vaak leuke boeken voor kinderen van deze leeftijd. Ze knutselen door middel van een stappenplan. Dit zijn vaal foto’s met eenvoudige tekst.

Wat als het woorden leren toch nog moeilijk blijft

Roep op tijd hulp in van een logopediste. Zij kan bekijken of het nodig is dat je kind logopedielessen nodig heeft. Vaak zullen ouders hierbij aanwezig mogen zijn en zo leren wat en hoe ze thuis met hun kind hieraan kunnen werken. Hoe vroeger je kind extra hulp zal krijgen, hoe meer kans je hebt, dat hij zijn achterstand zal inhalen.

Het kan ook zijn dat er meer aan de hand is, maar ook dan geldt: hoe jonger het kind, hoe beter dat je hem kan helpen. 

Er kunnen aanwijzingen zijn dat je kind dyslexie heeft, of een TOS (taalontwikkelingsstoornis) In deze gevallen zal de leerkracht van je kind, of de logopediste je verder kunnen helpen. Je kind zal extra hulp nodig hebben voor een goede taalontwikkeling, zodat hij daar de rest van zijn leven van kan profiteren.

Help mijn kind heeft een TOS!

Als je kind laat met praten is, moeite met praten heeft, slecht te verstaan is, zwakke zinsbouw heeft, moeite heeft om op woorden te komen of de taal van anderen niet goed begrijpt, kan het zijn dat er meer aan de hand is dan alleen een vertraagde taalontwikkeling.

Als dan uit onderzoeken van de logopediste of andere deskundige blijkt dat je kind waarschijnlijk een TOS heeft, zal je als ouder veel vragen hebben. Je kind zal een speciale behandeling nodig hebben en ouders zullen moeten leren hoe om te gaan met een kind met een TOS. (zie tips voor ouders van Kentalis.) In iedere kleuterklas zit gemiddeld wel een kind met een TOS. Dit kan in meer of mindere mate zijn. Vaak kan het kind gewoon in de klas extra aandacht krijgen van de leerkracht en de ambulant begeleider van Kentalis en zal hij ook in staat zijn op de gewone basisschool te gaan leren lezen en schrijven. Soms zal het kind meer extra aandacht nodig hebben en wordt er overwogen of een uitgebreider pakket bij Kentalis wenselijk is.

Help is mijn kind dyslectisch?

Net als TOS, heeft dyslexie niets te maken met intelligentie. Als kinderen dyslexie hebben, hebben ze een hardnekkig probleem met het lezen en schrijven.

In de kleuterklas kunnen er al signalen zijn, die zouden kunnen wijzen op dyslexie. Het is belangrijk hier alert op te zijn, want ook hier  is het belangrijk om vroegtijdig deze kinderen extra te begeleiden. Als je kleuter moeite heeft met het leren van de kleuren, moeite heeft met rijtjes uit het hoofd leren, zoals de dagen van de week. Als je kleuter maar weinig namen van klasgenootjes weet, als je kleuter van groep 2 nog niet kan rijmen, of nog niet hoort dat de eerste letter van tas en trui de -t- is, of nog geen letters van zijn naam kent, is er een mogelijkheid, dat je kind dyslectisch is.

Deel dan je zorgen met de kleuterleerkracht, of waarschijnlijk heeft de leerkracht al haar zorgen met jou gedeeld. Op school weten ze hierover meer en kunnen ze je verder helpen met wat te doen, zodat je kind om een voor hem leuke manier kan oefenen met het ontwikkelen van zijn taal.

Meertaligheid

Er wordt vaak gedacht dat het slecht is voor de taalontwikkeling van een kind, dat het 2-talig wordt opgevoed. Niets is minder waar! Wel is het belangrijk dat van de 2 talen er 1 taal de ‘hoofdtaal’ moet zijn. Dit zal vaak de thuistaal zijn. Kan het kind goed op niveau in zijn thuistaal praten, dat zal het ook makkelijk de 2de taal ernaast leren. We zien vaak dat bijvoorbeeld een peuter op school komt en alleen maar de ‘vreemde’ thuistaal spreekt. Na een periode op school leert dit kind de 2de taal door de leerkracht en zijn klasgenootjes. In deze periode wordt natuurlijk thuis zijn thuistaal ook verder ontwikkeld. Op school wordt er Nederlands geleerd en gesproken en thuis zijn thuisstaal. Een normaal intelligent kind zal beide talen goed leren beheersen.

Wanneer kinderen gaan praten…

We hebben het gehad over de ontwikkeling van je kind wat betreft de taal. We leren onze kinderen woorden om de wereld om het heen en gedachten en gevoelens te begrijpen en te delen. Soms weet je dat er iets speelt bij je kind, maar je kind kan er moeilijk over praten. Je ziet dat hij stil is en zich terugtrekt, of juist snel boos is en negatieve aandacht trekt.

Dan is het tijd voor een goed gesprek. Hoe help ie je kind zijn gevoelens onder woorden te brengen en hoe creëer je een situatie, waarin een goed gesprek mogelijk is. Gesprek met je kind.

Een wereld zonder taal?

Je kan je geen wereld voorstellen zonder gesproken en geschreven taal.

  • Een kind heeft taal nodig om te leven
  • Hij heeft taal nodig om zijn behoeftes duidelijk te maken, zoals honger en dorst.
  • Een kind heeft ook taal nodig om vrienden te maken en vriendschappen te onderhouden.
  • Hij heeft taal nodig om anderen te begrijpen en begrepen te worden.
  • Een kind heeft taal nodig om zich verder te kunnen ontwikkelen voor de rest van zijn leven!

12 veel gestelde vragen:

Welke aandachtspunten zijn van belang bij het ondersteunen van de taalontwikkeling?

Voordat een kind kan leren, moeten we aan verschillende voorwaarden voldoen: Het kind moet zich veilig voelen, zodat hij nieuwsgierig durft te zijn en moet goed verzorgd zijn en zich dus prettig voelen.

Een jong kind leert het beste tijdens vrij spel. Tijdens het spel worden allerlei vaardigheden geoefend die belangrijk zijn om taal te kunnen gebruiken. Tijdens rollenspel9 bijvoorbeeld ‘vadertje en moedertje’ speelt een kind het volwassen leven als het ware na. Door samen te spelen  met een volwassene of een ander kind en door het voorbeeld van de volwassenen om hem heen leert het kind belangrijke aspecten van de taal: Overleggen, verwoorden met je doet, regels bespreken, problemen verwoorden, een stappenplan maken,…

Prentenboeken, kinderboeken en voorleesboeken zijn uiteraard onmisbaar. Net zoals gezelschapsspellen, zoals mens-erger-je-niet, memory, lotto zijn ook zeer geschikt om taal te leren.

Waarom taalontwikkeling stimuleren?

Als kinderen te weinig woorden kennen en te weinig spreken zullen ze gaan ervaren dat ze niet begrepen worden en ook dat ze zelf andere kinderen en volwassenen niet begrijpen. Ze zullen zich terugtrekken in hun eigen wereldje. Op deze manier wordt ook de sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling geremd.

Wat is het belang van een goede taalontwikkeling?

Je hebt voldoende taal nodig om goed te kunnen communiceren met andere kinderen en volwassenen. Als dit niet het geval is ontstaat er beslist een achterstand. Omdat het hele denkvermogen  mede gekoppeld is aan taal, zullen er ook op andere ontwikkelingsgebieden achterstanden ontstaan. Het kind zal zich buitengesloten voelen en dit bepaald weer het geluk van je kind.

Wat bedoelen we met imiterend leren?

Een kind wil graag ‘groot’ zijn. Hij zal dan ook de volwassenen imiteren die belangrijk voor hem zijn: moeder, vader, juf of meester,… Al vanaf de geboorte volgt een baby zijn ouder met zijn ogen. Later zal hij geluiden en gezichtsuitdrukkingen proberen na te doen. Als hij groter wordt zal hij mee willen helpen met: koken, schoonmaken, telefoneren,…

Wat als een kind van 2 nog niet praat?

Als je kind van 2 jaar nog maar enkele woordjes spreekt, maar wel al heel veel woorden begrijpt, is er waarschijnlijk niets aan de hand. Ook de taalontwikkeling verloopt niet bij alle kinderen hetzelfde. Ga wel naar het consultatiebureau, of de huisarts met je kind, zodat je zeker weet dat er geen problemen zijn met bijvoorbeeld het gehoor.

Hoe verloopt de taalontwikkeling van een kind?

De normale taalontwikkeling heeft bepaalde ontwikkelingsfases: non-verbaal, imiteren van geluiden, brabbelen, herkennen van woorden, reageren op woorden, eerste woordjes zeggen, 2 woordzinnen, 3 woordzinnen, langere zinnen met meervoud en werkwoord vervoegingen.

Op leeftijd van drie jaar is 50% tot 70% van wat het kind zegt verstaanbaar voor anderen, op leeftijd van vier jaar is dat 75% tot 90%.

Wat moet een kind van 20 maanden kunnen zeggen?

Tussen de eerste en tweede verjaardag van je kind merk je dat hij woordjes begint te zeggen. De meeste kinderen van 18 maanden kennen 10 tot 20 woorden. De uitspraak klopt vaak nog niet helemaal.

Kan een ontwikkelingsachterstand ingehaald worden?

Als de ontwikkelingsachterstand komt door bijvoorbeeld een ziekte, of door bijvoorbeeld ‘tijdelijke’ opvoedingsproblemen, zou de achterstand ingehaald kunnen worden als ook de onderliggende problemen opgelost zijn. Hier moet dan deskundig en veel aandacht aan besteed worden. Hoe jonger het kind, hoe sneller en beter de achterstand ingehaald zal kunnen worden.

Wat is een vertraagde ontwikkeling?

We spreken van een vertraagde ontwikkeling, als de ontwikkeling wat betreft bewegen, praten of spelen langzamer is dan die van andere kinderen van dezelfde leeftijd. De vertraging kan zich op alle ontwikkelingsgebieden voordoen, zoals motorische, spraak-, denk-, of zelfverzorgingsvaardigheden. De vertraging doet zich meestal voor op meerdere ontwikkelingsgebieden.

Heeft mijn baby een achterstand?

Wanneer moet je je zorgen gaan maken? Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Als jouw kind wat later loopt of niet goed praat, kun je je daar zorgen om maken. Vooral als andere ouders of opa’s en oma’s vragen: ‘Kan hij nog niet praten?’ Weet dat kinderen zich in sprongen kunnen ontwikkelen. Ga met je kind naar het consultatiebureau, of je huisarts, als je hierover zorgen hebt.

Welke vaardigheden heeft je kind nodig om tot een goede taalontwikkeling te komen?

Een goed gehoor is belangrijk om taal te leren. Het is duidelijk dat je eerst moet horen, voordat je iets na kunt zeggen. Maar ook de concentratie en het geheugen zullen geoefend moeten worden om een tijdje de aandacht op iets te kunnen richten. en het geleerde te kunnen onthouden.

Een kind zal moeten leren om verbanden te kunnen leggen. Woorden die hij geleerd heeft zal hij in bepaalde verzamelingen in zijn hersenen opslaan. Voorbeeld: als hij het woord ‘alpaca’ geleerd heeft en er een voorstelling bij heeft, zal hij dit woord opslaan bij bijvoorbeeld schaap en boerderijdieren.

Wat kan je zelf doen om het praten te stimuleren?

Praat veel met je kind, over van alles en nog wat.

Zing liedjes en lees samen boekjes en kijk samen prentenboekjes.

Spreek zelf goed Nederlands, en gebruik geen kindertaal zoals: ‘deed dat auwa?’

Praat niet voor je kind, neem de tijd, zodat je kind de tijd krijgt om te antwoorden.

Gebruik taal die je kind begrijpt en leg nieuwe woorden uit.

Speel samen met je kind en verwoord wat jullie doen. Spelenderwijs leert je kind het beste!

2 gedachten over “Hoe belangrijk is de taalontwikkeling van mijn kind”

Plaats een reactie

Ik accepteer de Privacy Policy